|
Ardea Official journal of the Netherlands Ornithologists' Union |
| Thorup O. (2026) Shifts in breeding timing of Dunlin Calidris alpina and Northern Lapwing Vanellus vanellus and how goose grazing may affect such changes. ARDEA 114 (1): 1-1 |
| In 1986–2024 zijn in het natuurreservaat Tipperne in het westen van Denemarken verschillende aspecten van de broedbiologie van de Bonte Strandloper Calidris alpina onderzocht. Tegelijkertijd is het broedsucces van de Kievit Vanellus vanellus in het gebied bijgehouden. Ondanks de stijging van de gemiddelde temperatuur in maart en april gedurende de onderzoeksperiode gingen de strandlopers steeds later leggen (afname mediane legdatum gemiddeld 0,22 dagen per jaar). Kieviten vervroegden daarentegen in dezelfde periode hun mediane legdatum gemiddeld met 0,20 dagen per jaar. De verandering in de legdatum van de strandlopers vond plaats nadat Brandganzen Branta leucopsis vanaf april/begin mei 2000 het gebied grootschalig en intensief zijn gaan begrazen. Bonte Strandlopers nestelen bij voorkeur in 9–12-cm hoge graspollen (meestal van Rood Zwenkgras Festuca rubra en Fioringras Agrostis stolonifera/Gewoon Struisgras A. capillaris, het favoriete voedsel van Brandganzen). De intensieve begrazing door de ganzen heeft waarschijnlijk de vegetatiegroei tot de gewenste hoogte voor broedende strandlopers onderdrukt. De predatie op vroege strandlopernesten nam toe nadat in 1997–1999 intensieve begrazing voor het eerst plaatsvond. Dit patroon werd niet bij kievitsnesten waargenomen. De overlevingskans van strandloperkuikens (geschat aan de hand van de lokale terugkeerpercentages van geringde kuikens als volwassen vogel) waren bij vroeg uitgekomen kuikens aanzienlijk hoger dan bij late kuikens. Het aantal broedparen van de Bonte Strandloper liep tussen 1986 en 2024 terug van ongeveer 100 tot minder dan 10. Het aantal Kieviten bleef daartegen relatief stabiel (meestal 120–200 paren, met grotere aantallen in perioden van intensieve bestrijding van predatoren en kleinere aantallen in perioden met een hoge predatiedruk). De verandering in de predatiedruk door de ganzen tijdens de periode vóór het broedseizoen van de strandlopers heeft mogelijk een belangrijke rol gespeeld in de sterke achteruitgang van de Bonte Strandloper op deze locatie. |